Geo-informatie en de maatschappij

Het is (nog?) niet gebruikelijk om in deze column een bloemlezing uit de vakbladen te geven. Putten uit het vooraanstaande vakblad GeoWorld van maart is toch goed voor een beeld van de maatschappelijke relevantie van GIS in de wereld. Die wereld lijkt vooral de Verenigde Staten te zijn: er schijnt immers wel een verwant vakblad GeoEurope nodig te zijn, maar niet een vergelijkbaar tijdschrift GeoUSA. GIS-pakketten komen ook allemaal uit de Verenigde Staten: ESRI, Intergraph, Smallworld, Autodesk.

Op deze pagina is dan ook ‘Column’ niet het enige Engelse woord! Kwam er onder de Clinton Administration een National Spatial Data Infrastructure (NSDI) en een Federal Geographic Data Committee (FGDC), nu biedt het Open GIS Consortium Inc. (OGC) van met name pakketleveranciers – een marktpartij dus – NSDI-prioriteiten aan voor de Bush Administration. Het OGC gelooft in de nieuwe Republikeinse administratie die in is voor groei van de markt en een efficiëntere overheidsadministratie. Het zogeheten Bush Transition Team kreeg een nota “Advanced Government through Interoperable Technologies”. Men wil een revisie van “Office of Management and Budget (OMB) Circular A-16″. Die aanschrijving positioneert de autoriteit van het FGDC. Die wil men nu laten vallen onder een nieuwe bovendepartementale ICT-autoriteit.

Verdere versterking van de rol van de private sector is een speerpunt, inclusief federaal betaalde programma’s voor internationale commerciële datastandaards. (Nu moet de Open GIS-standaardisatie door marktpartijen worden betaald en moet men afwachten wanneer de formele Internationale StandaardiseringsOrganisatie (ISO) ze oppakt.) Ruimtelijke informatie moet als kapitaalgoed worden gezien. Het OGC is een branche-organisatie die zich tot het hoogste bestuurlijk niveau richt. In Nederland zie ik nog geen parallel gebeuren bij de komende kabinetsformatie. Maar zoals al gezegd: bouw en verkoop van GIS-pakketten worden alleen opgepakt door het Amerikaanse bedrijfsleven, dat in het OGC wereld-monopolist is.
In Nederland wordt binnen het ICES-speerpunt ‘Ruimte voor geo-informatie’ (zie de rubriek ‘Uit de RAVI-Nieuwsbrief’ elders in dit nummer) wel gewerkt aan het ontwikkelen van een nationale geo-informatie infrastructuur, maar dat initiatief is vanuit de departementen genomen. Anderzijds werd in Nederland zelfs het Nationaal Clearinghouse voor Geo-Informatie al aan een marktpartij (Geodan) overgelaten, omdat het als publieke voorziening strandde. Een ander maatschappelijk item is de energiecrisis in Californië. Stroomopwekkers brachten hun leveranties tot een minimum terug, aangezien de nutsbedrijven hun schulden niet kunnen betalen omdat ze hun verkoopprijzen niet mogen verhogen.

Deregulering en herstructurering van de nutswereld zorgde voor de crisis in de technologisch meest geavanceerde mogendheid op aarde. De staat Californië kocht intussen de stroomlijnen van een nutsbedrijf weer op teneinde dat bedrijf van de financiële ondergang te redden. GeoWorld stelt op de voorpagina al de vraag: “Can GeoSpatial IT help?”. Opvallend was echter dat het vakblad van stroomproducenten (Electricity) GIS nog niet als reddende engel zag. In een artikel dat een antwoord geeft op de vraag of GIS kan helpen wordt geconstateerd dat de traditionele stroommeter de gebruiker niet on-line informeert en laat kiezen en kopen.

Gelukkig kan de GIS- en aanverwante IT-wereld helpen een keus uit distributieniveau’s te maken. De toekomst staat open voor “geospatial IT” en de verkopers ervan, ook wel ironisch de silicon-sector genoemd!